Vernieuwingen in de kerk….niet van gisteren

De roep om vernieuwing en modernisering binnen de katholieke kerk is beslist niet iets van de laatste decennia.  In onderstaande bijdrage kan men bespeuren dat stappen voorwaarts makkelijk ongedaan kunnen worden  gemaakt door behoudende groepen, die vinden dat het allemaal veel te snel gaat…

De Rooms-katholieke Kerk heeft verscheidene liturgische bewegingen (een streven naar een bevordering van de liturgie, zowel door studie als door praktische maatregelen) gekend. Aan het eind van de Middeleeuwen ontstond er voornamelijk in de Noordelijke Nederlanden een liturgische beweging, toen er een vervreemding van de liturgie was ontstaan die de ontbinding van de maatschappij en het wegkwijnen van het christelijk gemeenschapsleven tot gevolg had. Zij had tot doel om de liturgie in haar oude eer te herstellen en de gelovigen, door de liturgie te verklaren en in de volkstaal te vertalen (volksmissaaltjes), meer met haar vertrouwd te doen geraken. Voorbeelden hiervan zijn: Geert Grote, Radolphus de Rivo, Windesheim, Sint-Petrus Canisius, Door de godsdienstige en politieke onrust in de 16e eeuw kon zij zich echter niet verder ontwikkelen.

De meest recente liturgische beweging waren de diverse initiatieven, vanaf halverwege de 19e eeuw, maar op grote schaal vanaf het begin van de twintigste eeuw, tot aan het Tweede Vaticaans Concilie, gericht op de actieve deelname van gelovigen aan de liturgie van de Rooms-katholieke Kerk. De liturgievernieuwing van het concilie berust vooral op het werk van die Liturgische Beweging. Omdat deze beweging van veel grotere invloed is geweest dan die van de Middeleeuwen, wordt zij veelal de ‘Liturgiebeweging’ genoemd.

Paus Pius X (1903-1914) hield een warm pleidooi voor de gregoriaanse volkszang en voor de actieve deelname van de gelovigen aan de liturgie. De liturgie moest gedemocratiseerd worden. Hij wilde, met andere woorden, de liturgie maken tot een aangelegenheid van geheel het gelovige volk. Om gelovigen de liturgie te leren ontdekken en meebeleven, moesten hun in de eerste plaats liturgische teksten in vertaling ter hand worden gegeven. Men begon met de uitgave van misboekjes en later zondagsmissalen…

Men kreeg oog voor de verschillende historische lagen. Men ontdekte dat de Romeinse liturgie geen massief rotsblok was, maar in de loop van de geschiedenis in diverse stadia was gegroeid. Deze studie werd tot vast fundament voor de vernieuwing van de eredienst.

De Liturgische Beweging nam een grote vlucht, maar er kwam ook oppositie op gang. Door de inzet van een nieuwe generatie priesters werd de Liturgische Beweging nog meer een pastorale beweging. Het idee vatte post dat veel van de toenmalige liturgie niet zo bevorderlijk was voor een liturgische pastoraal. Dat werkte de neiging in de hand om eigenmachtig veranderingen aan te brengen in de pastorale praktijk. Een oppositiebeweging kwam op gang, welke leidde tot een crisis..

In 1943 reageerde het Vaticaan op de situatie in Duitsland. De eigenmachtig doorgevoerde veranderingen werden veroordeeld. Toch kwam er ook enige bevestiging voor de Liturgische Beweging .Enerzijds toonde paus Pius XII (1939-1958) zich bezorgd over alles wat er in de liturgie gaande was, maar anderzijds verdedigde hij tegelijk de vernieuwing ervan, als deze maar verantwoord was en onder leiding van het leergezag zou plaats hebben. De Liturgische Beweging begroette het streven naar een actieve deelname van lekengelovigen aan de liturgie.

Vooral in de jaren vijftig brak een nieuwe en beslissende periode aan. Via verschillende bisschoppenconferenties legden zij hun wensen voor aan de Romeinse instanties. Tijdens deze congressen werd de basis gelegd voor de liturgievernieuwing van het Tweede Vaticaans Concilie.

Men maakte zich in de jaren vijftig nadrukkelijk los van de voorzichtige leer van Pius XII en ondanks waarschuwingen zette die ontwikkelingen zich toch door.

Het zou tot Paus Paulus VI (1963-1978) duren totdat de meest kenmerkende eigenschappen van de zogenaamde ‘Nieuwe Liturgie’ konden doorbreken. De rol van de leken in de eucharistie kreeg een aanzienlijke kracht ten koste van de gewijde priesters. Verontwaardiging kon niet uitblijven, maar met name in Nederland vonden er al vanaf 1963 vele liturgische experimenten plaats. De liturgie in de volkstaal werd als een van speerpunten van de vernieuwing beschouwd die het Tweede Vaticaans Concilie voorstond. Vele leken verlieten ongelukkig – ja, wanhopig – met de liturgische vernieuwingen, die niet als een herbronning aangevoeld werden, maar als een vernieling, de Kerk. Tegelijkertijd kwam er op initiatief van behoudende liturgisten, leken en seminaristen een tegenbeweging op gang die zich inzette voor een herbronning op basis van de oude Romeinse liturgie zoals tot 1969 officieel in gebruik: de zogenaamde Tridentijnse ritus (vastgesteld door paus Pius V in 1570!).

Deze oude misorde (Ordo Missae) van paus Pius V werd namelijk gedurende de jaren 60 – Tweede Vaticaans Concilie- aangepast, en in 1970 grotendeels vervangen door een nieuwe misorde (Novus Ordo Missae) als liturgie voor het gebied van de Romeinse ritus, en in de praktijk voor het gehele Latijnse deel van de Katholieke Kerk, dat wil zeggen bijna alle katholieke kerken buiten Oost-Europa en het Midden-Oosten.

De Tridentijnse mis werd echter nooit formeel afgeschaft en zelfs op 7 juli 2007 in ere hersteld door middel van een besluit uit eigen beweging van Paus Benedictus XVI  (2005-2013).Sindsdien wordt de Tridentijnse mis, in de editie 1962 van het Romeinse misboek (Missale Romanum, van paus Johannes XXIII) ( 1958 – 1963), beschouwd als de buitengewone vorm van de Latijnse ritus, terwijl het Missale Romanum van 1970 (Novus Ordo Missae van paus Paulus VI) de gewone vorm of uitdrukking is.

Het staat nu dus alle priesters van de Latijnse ritus (Romeinse ritus) weer vrij om volgens het Romeins misboek van 1962 te celebreren, zowel privé als publiek. De bisschoppen wordt nadrukkelijk verzocht om te voldoen aan de wensen van een groep van gelovigen die de Tridentijnse liturgie aanhangen. Ook de nieuwe ritus in het Latijn en gevierd met Gregoriaanse gezangen kent in Nederland een voorzichtige opleving, mede door de inzet van de Vereniging voor Latijnse Liturgie en vergelijkbare organisaties in het buitenland.

Richard Gielens       bron: Wikepedia