LICHT, waarde en betekenis in Bijbels opzicht

Het klinkt zo simpel, maar vanaf het eerste begin ( de Schepping) vormde licht een belangrijk element. In het Oude Testament is het licht vooral het aardse, bij de schepping gegeven licht van de dag. (Genesis 1:3,5). De zon blijft ondergeschikt aan het licht, wat ook zijn uitwerking heeft in de symbolische taal ( Hosea 6:3,5/ Jesaja 58:8) Inhoudelijk symboliseert het licht vooral geluk en heil ( Amos 5:20/ Psalmen 27:1). God is schepper en schenker van het licht (Psalmen 36:10); hij wordt niet zelf als licht beschreven, maar lichtverschijnselen (heerlijkheid) kunnen zijn verschijning begeleiden (Psalmen 104:2/ Ezechiel 43:2).

In het Nieuwe Testament maakt de joodse voorgeschiedenis van het begrip zich kenbaar in de uitdrukkingen als ‘ het Licht der wereld’ ( Matteüs 5:14/ Johannes 8: 12) en de kinderen des lichts ( 1 Tessalonicenzen 5:5) vooral in de opvatting van licht als een sfeer van het moreel goede tegenover het boze ( Johannes 3:19/ Efeziers 5:8).

 

In ons huidige taalgebruik kennen we nog veel spreekwoorden en gezegdes die gebaseerd zijn op deze bijbelteksten.

  • Er ging mij een licht op. ( de zaak werd mij duidelijk)
  • Iets wat het daglicht niet kan verdragen ( iets wat niet deugt)
  • Zijn licht ergens over laten schijnen ( ergens  aandacht aan besteden)

Ons overvloedig gebruik van kunstlicht heeft ons niet alleen het gevoel voor symbolen ontnomen, maar ons besef van afhankelijkheid: we bepalen zelf hoe lang onze ‘ dag’ duurt of welke duistere plaatsen minder ‘ onheilspellend’

(Bronvermelding: ‘ Bijbels historisch woordenboek III’ Bo Reicke en Leonhard Rost, Aula/ het Spectrum 1969; ‘ Bijbels woordenboek’  Dr. L.A. Snijders; Libro Hoogeveen, 1984.       ‘ spreekwoorden en gezegden uit de Bijbel/ Lexicon, J. Van Delden, Callenbach, 1982)