Wonen in de liefde

Overweging bij de 6e zondag van Pasen (B)

Lezingen: Handelingen 10,25v.34v.44-48; Johannes 15,9-17

Van iemand die jou na aan het hart ligt, kun je gemakkelijk houden. Al moet je ook erkennen, dat er momenten zijn waarop dat niet zo goed lukt. Met je partner, je kind of je ouders kun je een diepe verbondenheid voelen, ondanks situaties waarin je verschil van inzicht ondervindt. Misschien is dat wel de juiste invulling van wat liefde in wezen betekent: dat je elkaar kunt accepteren met alle mooie en minder mooie kanten erbij. Je zou kunnen zeggen, dat het diepe gevoel van verbondenheid een andere vertaling is van het begrip liefde. Het besef van die verbondenheid maakt het mogelijk om over de grenzen van je eigen overtuiging of over de beperkingen van je eigen gelijk heen te stappen.

Dat besef van verbondenheid zien we treffend terug in de gebeurtenis die wordt beschreven in de eerste lezing. Cornelius is een Romeinse legerofficier, die zich tot de christelijke opvatting voelt aangetrokken. Zijn knieval voor Petrus komt voort uit het Romeinse gebruik eer te bewijzen aan wie hoger staat. Maar Petrus acht zichzelf niet hoger dan Cornelius. Een knieval is alleen gepast voor Christus zelf. Als je het verhaal rondom deze gebeurtenis in zijn geheel zou lezen, dan merk je dat Petrus in een visioen ervan doordrongen raakt dat joden en niet-joden uitgenodigd zijn om één familie te worden. De reinheidsvoorschriften, die de joden verbieden om bijvoorbeeld varkensvlees te nuttigen, zouden een barrière kunnen zijn voor de verbondenheid met niet-joden. Het goddelijke visioen maakt Petrus duidelijk dat zulke barrières overwonnen kunnen en mogen worden als de liefde daartoe het fundament biedt. Verbondenheid tussen alle mensen die Gods kinderen zijn is belangrijker dan wat hen van elkaar doet verschillen, belangrijker dan wat scheiding teweeg kan brengen.

Uitdaging
Dat is dus wat geloven betekent: dat je durft te leren van de ontmoeting met mensen die in een andere context leven. Dat is een hele uitdaging. Daarop durven in te gaan, durven te veranderen, is een leerproces. Maar dat leerproces is beslissend voor het voortbestaan van de kerk. Dat geldt voor de tijd van Petrus, maar dat geldt evengoed voor ons in 2021. Als wij de ontmoeting met wie anders is niet aangaan, als wij opgesloten blijven in onze eigen bubbel, als wij de openheid niet opbrengen om ons te voegen naar Gods geest van liefde en wijsheid, dan is er geen toekomst voor onze kerk. En dat betekent, … dat betekent dat wij niet moet blijven wachten tot de mensen weer naar onze kerkdiensten toe komen. Nee, we zullen erop uit moeten trekken, we zullen actief op zoek moeten naar mensen die op welke manier dan ook een beroep op ons doen. We zullen ruimte moeten maken voor mensen die in een kwetsbare positie zijn, we zullen moeten zoeken naar manieren om te leven zonder onze aarde uit te putten.

Wie zich zo inzet voor het behoud van de aarde en voor het behoud van goede onderlinge betrekkingen – ook daar waar de verschillen van opvatting groot lijken – die voldoet aan het gebod dat Jezus meegeeft aan zijn vrienden. ‘Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.’ Ook hier staat liefhebben weer gelijk aan de ultieme verbondenheid van Jezus met zijn vrienden en van zijn vrienden onderling. Wie deze verbondenheid nastreeft, zegt Jezus, zal ‘blijven in mijn liefde’. Eigenlijk is dat een hele mooie manier van uitdrukken: blijven in de liefde. Blijven duidt op iets dat duurzaam is, iets dat aanhoudt. Het woord dat in de oorspronkelijke Griekse taal wordt gebruikt kan zowel ‘blijven’ als ‘wonen’ betekenen. En zo bekeken is het een prachtige beeldspraak: wonen in de liefde. Wonen roept iets op van geborgenheid en veiligheid, maar ook van iets dat voor langere tijd betekenis heeft. En tegelijk weten we, dat wonen ook vraagt om onderhoud, om samen optrekken in dagen van vreugde en van verdriet.

Betrouwbaar fundament
Wonen in de liefde geeft een betrouwbaar fundament voor het leven en samenleven van mensen. Dit is een sterke en hartgrondige wens van Jezus zelf. Want, zo laat hij weten: ‘Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden.’ Stel je toch eens voor: een complete, ongeschonden en duurzame vreugde! Wie zou dat nou niet willen? Wie verlangt er niet naar deze, nou vooruit: ‘hemelse’ vreugde?

Maar tegelijk beseffen we dat het wonen in de liefde ook een uitdaging, een opgave, een na te streven ideaal is. Een ideaal dat van ons vraagt, dat we open durven staan voor wie er andere opvattingen of overtuigingen op na houdt. Het vraagt dat we open staan voor mensen die een beroep op ons doen of die een andere cultuur meebrengen. Het vraagt dat we open staan voor andere vormen van kerk-zijn dan enkel wat we vanuit het verleden krijgen aangereikt. Open staan betekent in feite ook: kwetsbaar durven zijn. Maar die kwetsbaarheid hoeft geen bedreiging te zijn. Met je kwetsbaarheid kun je juist een grote kracht laten zien. Want je beseft dat je genoeg in huis hebt om op een evenwichtige en kalme manier om te gaan met wat op je af komt. Je woont immers in de liefde. Dat geeft je de overtuiging dat je leven mag in geborgenheid, veiligheid en vrede. Je woont in de liefde, zodat – met de woorden van Jezus zelf – je vreugde volkomen mag zijn.