Waarnemen vanuit de periferie

Overweging bij de 6e zondag door het jaar (B)

Nu het niet meer kan, of toch zeker minder kan, is de behoefte aan onderling contact groter dan gewoonlijk. De verbondenheid tussen mensen, waar we allemaal naar uitzien, wordt zichtbaar wanneer we elkaar spreken, elkaar kunnen omhelzen, elkaar ontmoeten door samen te eten. Precies nu we daarin beperkt worden door de noodzakelijke maatregelen vanwege het coronavirus merken we hoe het gebrek aan contact met familie, vrienden, collega’s en klasgenoten ons aan het opbreken is. Samen zijn hoort bij het menselijk leven. En wanneer dat ontbreekt, voelen we we een gemis, voelen we ons niet compleet.

Er zijn (behalve de coronamaatregelen) allerlei andere oorzaken denkbaar waardoor mensen in een sociaal isolement terecht kunnen komen. Langdurige ziekte, een ernstige handicap, gevangenschap – hoe terecht misschien ook – , schuldenproblematiek, een andere seksuele geaardheid, etnische afkomst, armoede, taalachterstand, leven als dakloze, ga zo nog maar even door… Sociaal isolement maakt, dat mensen niet de persoon zijn die ze zouden kunnen zijn, zouden kunnen worden. Als ik het eens heel vierkant mag zeggen: leven buiten de gemeenschap is geen leven. Je leeft in zo’n geval maar half. En wie van ons zou dat nou willen?

Door medelijden bewogen
Daarom is het goed te begrijpen dat uitsluiting waarover we hoorden in de eerste lezing aanvoelt als een dubbele beperking voor wie het betreft. Niet alleen is de huidziekte zelf een hindernis om je gewone leven te leiden. Maar uit de gemeenschap worden gezet (vanwege het besmettingsgevaar destijds) is een extra inperking van je mens-zijn. En mocht je toch genezen, dan is de priester degenen die dit moet vaststellen. Hij kan je weer toegang tot de gemeenschap verlenen.

De man die in het evangelieverhaal naar Jezus toekomt heeft een heftig verlangen, een hunkering zeg maar, om genezen te worden. Niet alleen van zijn lichamelijk gebrek maar ook van zijn tekort aan sociale contacten. Door de aanraking van Jezus wordt de man gereinigd en heeft hij weer toegang tot de gemeenschap. Er moet iets in de man geweest zijn, waardoor Jezus voldoet aan zijn verzoek. Misschien is het wel de hevige hunkering van deze man. Want, zo staat er, Jezus werd door medelijden bewogen. Hij laat zich raken door de omstandigheden waarin de man verkeert en door zijn sterke verlangen. En dit geraakt zijn is de oorzaak ervan dat Jezus in beweging komt. Een melaatse aanraken zou destijds worden gezien als het tekenen van je eigen vonnis. Je zou zelf besmet kunnen worden. Maar Jezus’ bewogenheid is groter dan zijn angst. Zijn kwetsbare opstelling is tegelijk zijn grootste kracht.

Isolement
Dat Jezus zich kwetsbaar opstelt, blijkt uit het vervolg van het verhaal. Ondanks de opdracht om over de genezing te zwijgen tettert de man rond aan ieder die het horen wil wat hem is overkomen. Jezus wil zijn heilzame werk liever incognito doen. Dat kan twee redenen hebben. Ofwel wil hij niet in de publiciteit treden omdat de religieuze leiders, belust op zijn val, hem dan het werk onmogelijk zullen maken. Ofwel hij wil dat de volle omvang van zijn missie pas bekend wordt nadat hij die helemaal heeft voltooid, dus nadat hij door de dood heen tot nieuw leven zou komen. Hoe dan ook, de luidruchtige bekendmaking van de man die genezen is, maakt het Jezus onmogelijk zijn woorden van heil en zijn werken van genezing uit te voeren. Het is nu niet meer deze voorheen melaatse man, die in isolement verkeert, maar Jezus zelf.

Nog even terug naar het medelijden van Jezus, dat aanleiding was voor zijn genezende optreden. Wie kijkt met medelijden, kijkt met de ogen van het hart. Dat kan, zoals gezegd, een zwakke insteek lijken. Want je raakt betrokken, je laat je gezeggen door de omstandigheden waarin de ander verkeert. Niet jouw, maar zijn situatie is bepalend voor wat je gaat doen. Je zet als het ware je eigen agenda tussen haakjes. Omwille van die ander. Of, zoals Paulus het zo treffend zegt in de tweede lezing: ‘Ik zoek niet mijn eigen voordeel maar dat van de gemeenschap, opdat allen gered worden.’ Je kun wel je eigen overtuiging laten gelden als iets dat voor jou essentieel is. Maar als je daarmee aanstoot geeft – aan wie dan ook – dan kijk je niet met de ogen van je hart, dan handel je niet uit liefde. Eerder gaat het erom, dat gemeenschap tot stand komt en dat relaties ontstaan en groeien kunnen. Het gaat erom, dat mensen die niet worden meegeteld, deel gaan uitmaken van de gemeenschap. Ook zij horen tot onze samenleving.

Waarnemen vanuit de periferie
Paus Franciscus heeft een mooie manier gevonden om uit te drukken, hoe we dit kunnen realiseren. Hij zegt: om de werkelijkheid te begrijpen, moeten we haar niet waarnemen vanuit ons eigen centrum, vanuit de plaats waar we onszelf vaak neerzetten. We kunnen haar beter begrijpen wanneer we kijken vanuit de periferie, vanuit de marge. Wanneer we niet meegaan met de mainstream van onze samenleving, maar een plaats zoeken waar de mensen zijn die de klappen krijgen1. Wanneer we bijvoorbeeld gedetineerden blijven zien als mensen, wat ze ook op hun kerfstok hebben. Wanneer we mensen met schulden niet zonder meer etiketteren met ‘eigen schuld, dikke bult’, maar hen naar mogelijkheid proberen te helpen. Wanneer we mensen met een totaal andere opvatting of levensstijl de ruimte geven zich daar goed bij te voelen, zonder onze eigen overtuiging op te geven.

Over onze eigen beperkingen heen te stappen, ruimte te maken voor mensen in het verdomhoekje, medelijden als leidraad te nemen bij wat we doen of zeggen – zo komen mensen tot gemeenschap en tot verbondenheid. Met elkaar en met God.

_________
1
‘We have to look at things from the periphery. We have to go there in order to really know the life of the people. Otherwise we tend to embrace stern fundamentalist positions, based on a centralised vision.’ https://cppsmissionaries.org/general_curia/news_docs/2013/Pope_Francis_meets_Superiors_General.pdf