Ons diepste verlangen

Overweging bij de 2e zondag door het jaar (B)

Lezingen: 1 Samuel 3,3b-10.19; Johannes 1,35-42

Het verlangen van veel mensen wordt danig op de proef gesteld in deze dagen. Het vooruitzicht om verlost te worden van de beperkingen vanwege de coronamaatregelen lijkt nog ver weg. Contacten met geliefden en vrienden, met collega’s, klanten of leerlingen zijn anders, toch zeker minder spontaan dan we zouden willen. Maar door ons het verlangen en de hoop op verbetering niet te laten afnemen proberen we vol te houden tot er licht is aan het einde van de tunnel.

‘Verlangen’ is misschien wel het meest centrale woord in de evangelielezing van deze dag. Het is – als je het verhaal van Johannes leest vanaf het begin – ook het allereerste woord dat Jezus spreekt: wat verlangen jullie? Kennelijk is zijn missie van meet af aan erop gericht om het diepste verlangen van mensen, hun meest krachtige hunkering, aan het licht te brengen. De twee volgers zijn Jezus op het spoor gekomen door de woorden van Johannes: deze is het Lam van God. Deze benaming doet in het Jodendom denken aan het paaslam, dat genuttigd wordt tijdens de herdenking van de bevrijding uit de slavernij in Egypte. Verlangen en bevrijding zijn dus kennelijk twee begrippen die nauw met elkaar verwant zijn. Zoals ook wijzelf verlangen naar bevrijding van de huidige beperkingen.

Bij Hem
Om erachter te komen wat die bevrijding zou kunnen betekenen willen de twee weten, waar de Meester zich ophoudt. Hij nodigt hen uit om mee te gaan en het met eigen ogen waar te nemen. Maar het verhaal blijft in zekere zin mysterieus, want de precieze plek waar Jezus zicht ophoudt wordt niet nauwkeurig aangegeven. ‘En die dag bleven ze bij Hem,’ staat er dan. Kennelijk gaat het om een plek waar de leerlingen tot rust komen, een plek waar hun verlangen wordt vervuld. Ze moeten zelf ontdekken wat hun eigen manier is om de vervulling van hun verlangen te ervaren. Niemand anders kan dat voor hen doen.

Je moet dus leren om niet alleen je eigen verlangen te onderkennen, maar ook om de vervulling ervan – op de manier die jou past – te gaan zien. Zoals ook Samuël gaandeweg moest leren, hoe de stem van God ging klinken in zijn hart. Eli is daarbij zijn leermeester. Zoals Jezus de leermeester is voor Andreas en zijn metgezel.

Niet vanzelfsprekend
Samuël en de twee leerlingen (en later in het verhaal ook Simon Petrus) volgen dus hun hart. Ze laten zich leiden door hun diepste verlangen. Je zou ook kunnen zeggen: ze gaan in op de roeping die klinkt in hun oren en in de grond van hun ziel. Het volgen van je roeping: dat kan nogal wat van je vragen. Het waarmaken van je droom vraagt keuzes, die lang niet altijd vanzelfsprekend of gemakkelijk zijn. Denk aan sporters, die zich bepaalde prestaties tot doel stellen. Maar ook leerlingen op de middelbare school, die streven naar goede cijfers en naar hun diploma. Denk ook aan mensen die werken in de zorg, omdat ze werkelijke aandacht en de menselijke maat hoog in het vaandel hebben staan. Of wanneer je als vrijwilliger je talenten inzet om bijvoorbeeld de bekwaamheden in de toneelvereniging op een hoger plan te brengen.

Zo kent ieder van ons haar of zijn eigen roeping: het diepste verlangen in je ziel dat richting geeft aan je levensweg en dat heel je doen en laten bepaalt. Onlangs mocht ik de uitvaart leiden van een man, die in alles wat hij deed gericht was op harmonieuze verhoudingen. Het grootste genoegen vond hij in het samenzijn met zijn gezin en familie. Toch is er ook pijn geweest in zijn leven, omdat de harmonie is verbroken vanwege onder andere de gebrouilleerde verhouding met één van zijn kinderen. Desondanks bleef zijn verlangen naar harmonie ongebroken, tot het einde toe. Hij bleef zijn roeping trouw.

Diepste verlangen
Wij zijn hier samen in dit uur, omdat ook wij ons bewust willen worden van ons diepste verlangen. En als we eerlijk kijken in ons eigen hart, dan heeft dat verlangen op de een of andere manier ook iets te maken met harmonieuze verhoudingen, met oprechte en goede zorg voor elkaar. Ook waar dat verlangen op de proef wordt gesteld kunnen we proberen ons niet te laten afbrengen van wat ons uiteindelijk beweegt. Want de plaats waar we het liefst willen verblijven, de plaats waar ook de twee leerlingen van Jezus die bewuste dag tot rust komen, is het vooruitzicht op vervulling van ons verlangen, op een soort voltooiing van ons hunkeren. Je verlangen volgen, ingaan op je roeping, je mooiste droom als leidraad nemen: dat kan – als je wilt leven in harmonie met jezelf, in harmonie met anderen, in harmonie met God zelf.

Wie deze weg kiest in het leven, die kan zeggen (met het refrein van de antwoordpsalm van deze zondag): Ja, ik kom – uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde.