zondagspreek 4e zondag van de Veertigdagentijd/Halfvasten

  1. Over drie weken – beste medegelovigen – vieren we – op welke manier dan ook- Pasen. De Paaswake begint (wellicht dit jaar anders dan anders) op de zaterdag, ’s avonds laat. Het moet immers donker zijn want dan komt het vuur dat gezegend wordt en de paaskaars die binnen gedragen wordt tot zijn recht: Licht in de duisternis. In de paaswake kunnen volwassenen en kinderen worden gedoopt. Zij krijgen een doopkaars aangereikt die ontstoken is aan de paaskaars. Zo ontvangen zij het licht van Christus.
  2. Als je in Jerusalem bent om Pasen te vieren, dan begint de paaswake, vroeg in de morgen, bij het aanbreken van de dag. Men begint als het donker is, en als de eucharistie gevierd wordt, is de zon op. De gelovigen zie je allemaal met vuurpotjes en lantarens lopen, ook op klaarlichte dag. Ze nemen het licht van Pasen mee naar huis, als een blijvende vlam van licht en warmte. Zoals bij ons parochianen zelf een paaskaars bestellen om zo ook het licht van Christus te laten schijnen in hun huis.
  3. Waarom houden we zo van het licht? Omdat duisternis kennelijk niet de plaats is voor menselijk leven. We worden bang in het donker. We weten geen raad met het onbestemde. Onze ouderen durven de straat niet meer op en we parkeren onze auto liever niet op een plaats waar geen licht is. Het licht geeft veiligheid, geeft leven. Wat moet een blinde voelen in onze wereld? Als hij zich al niet heeft voorzien van hulpmiddelen, hoe volstrekt hulpeloos en verloren moet je je dan voelen als je niets ziet, als je geen licht in de ogen hebt? De blindgeborene die vandaag ten tonele wordt gevoerd in het evangelie. Een mens, verstoken van een eerste levensbehoefte: Licht!
  4. Alle mensen die waar ook ter wereld in God geloven, beschouwen het licht als iets van God, en de duisternis als iets van de tegenstander van God, of dat nu de natuur is, de demonen of de dood. Niet voor niets dat de Farizeeën voor de man die met duisternis in de ogen geboren werd, wel een oorzaak konden aanwijzen: de zonde , het kwaad, de duivel, de dood. Het symbool van licht en duisternis tegenover elkaar. Alsof God mensen rechtstreeks straft door het licht in de ogen niet te gunnen. Het gaat immers bij Jezus niet om het blind zijn van de ogen. Hij geneest ze slechts als een teken. Een teken van hoe blind we kunnen zijn met de ogen van ons hart.
  5. Beste medegelovigen. We vieren Pasen als het feest van leven. En dat betekent tegelijk: bevrijding van de dood. Twee symbolen spelen daarbij een rol. Vorige week hoorden we over het water dat alle onreinheid van zonde afwast. Jezus, Christus, het levende water dat ons reinigt bij de doop. Maar Pasen begint – als gezegd – in duisternis, om met de paaskaars te eindigen in het licht. De bevrijding van de zonde en de dood, is ook de bevrijding van de duisternis.
  6. Het evangelie van de blindgeborene laat ons als het ware nu al zien wat Jezus voor ons wil zijn. Aan de Samaritaanse zei Hij vorige week: Ik ben het levende water. Ik ben de Messias. Vandaag openbaart hij aan de blindgeborene: Ik ben het licht der wereld; ik ben de Mensenzoon, de vergeving van de zonden. Volgende week zal hij bij de opwekking van Lazarus zeggen: Ik ben de verrijzenis en het leven. In drie tekenen laat Jezus ons dus zien wie hij is. In drie tekenen vertelt hij ons wat er met ons gebeurt in de doop. In drie lange lezingen bereidt hij ons zelf voor op ons Pasen; op het hoogfeest van onze verlossing, onze bevrijding, op onze hernieuwing ook van onze doopbelofte.
  7. Laten we daarom met de blindgeboren man onze eigen innerlijke duisternis afleggen. Ons door de Heer laten genezen, de ogen van ons hart voor hem openen om zo het ware licht in ons toe te laten. Amen.

pastoor Fons van Hees