Mondig of mond dicht?

Velen van ons zijn van een generatie, waarin het niet op prijs werd gesteld voortdurend vragen te stellen of kritiek te leveren op de gevestigde orde. Dat standpunt wordt tegenwoordig geheel anders gezien.

‘Spreken is zilver, zwijgen is goud’ is voor menigeen meer dan een tegeltjeswijsheid. Wil je niet in de problemen komen of anders gewaardeerd worden, dan is het wellicht verstandig eerst tot 10 te tellen voor je uiting geeft van misnoegen.

In de vorige eeuwen was er nog vooral sprake van een standenmaatschappij waarin de bovenlaag eenvoudig de onderliggende laag kon maken of breken. Eén onwelgevallig woord of actie kon je letterlijk of figuurlijk ‘de kop’ kosten. Gezaghebbende partijen, waartoe de kerkelijke autoriteiten ook behoorden, hadden dikke vingers in de pap en konden met één pennenstreek of uitspraak je het leven zuur maken.

Vanaf de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd provoceren of protesteren een verschijnsel waar je niet makkelijk omheen kon. Niet alleen straatklinkers, maar ook straattaalklinkers vlogen over en weer. Je moest van je hart geen moordkuil maken.

Recht voor zijn raap werd geleidelijk aan met steeds grotere paplepels ook de jongste generaties ingegeven. De ene ouder roemde het spontane van een kind; de ander noemde het weerbaarheid. Als het ‘beestje’ maar een naam had.

Natuurlijk is het goed dat het tijdperk van de zwijgende meerderheid wordt doorbroken. De stem van het volk is een van de beste kenmerken van echte democratie, maar hoe ‘volks’ wil je het hebben?

Kinderen spreken al lang geen kinderpraat meer, als je hun woorden weegt en wikt. Ze doen soms uitspraken, waar alleen de oudere toehoorder met zijn ogen knippert. Tact maakt plaats voor ‘kwak maar neer’. Het hoge woord is eruit en wie de emotionele schade opruimt is een zorg voor later ( of nooit)?

Waarden en normen zijn altijd aan verandering onderhevig geweest, maar ‘waardig’ en ‘normaal’ blijven begrippen die niet met de stand van de zon veranderen. In een tijd dat bijna niemand meer een kunstgebit draagt, staan veel ouderen vaak met de mond vol tanden. Knarsetandend om hetgeen melktandjes kunnen zeggen.