God allemachtig

God allemachtig
Hoe kom ik daar in Gods naam toch bij?
Zoveel om me heen is zoveel en prachtig
God zal mij bewaren, maar waarom uitgerekend mij?
Miljoenen sterren zwerven en zweven
Ik weet in de verste verte niet waar.
Wat zou je om één klein rotsterretje geven
Dat is de zon alleen nog maar.
En om onze zon tuimelen planeten
Zo’n Mars of Venus, die draaien maar door.
Onze aarde kan je dan wel vergeten
De kleine aarde stelt niet veel voor.
Op aarde zijn bossen, zeeén en rivieren
Er is zoveel dat groeit en leeft.
Hoe komt het dan dat God bij al die dieren
Iets bijzonders met mensen heeft?
Ik ben maar een kind, dat woont in de straten
Van zomaar een stad, ik speel hier vaak.
Wie is God, die het niet kan laten
Te glimlachen als ik een goaltje maak?
God allemachtig
Hoe kom ik daar in Gods naam toch bij?
Zoveel om me heen is zoveel en prachtig
God zal mij bewaren, maar waarom uitgerekend mij?

een gedicht van Karel Eijkman bij Psalm 8 vers 5
‘Wat is de mens dat U aan hem denkt,
en het mensenkind dat U naar hem omziet?