Geduld

Het is een woordje dat me de laatste tijd nogal bezig houdt. Omdat het nu van me wordt gevraagd en omdat ik er soms moeite mee heb om dat op te brengen. Want ik wil zo graag weer in het pastoraat aan de slag zijn. De weg daarheen blijkt voor mij wat langer te zijn dan ik dacht en hoopte. 
Veel mensen die ik in het pastoraat ontmoet, maken zoiets mee, zeker nu de tijd ernaar is om alles snel te doen. Hoe lastig het dan is om daar een tijdje niet in mee te kunnen. Ook als anderen dat best begrijpen. Haastige spoed is immers zelden goed is. Jaja, dat weten we wel, maar doen is nog wat anders als je er zelf in zit. Dan moet je ergens geduld vandaan zien te halen… Paulus schrijft aan de Galaten dat God het ons geeft: ‘De vrucht van de Geest echter is liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, en zelfbeheersing.’ (Gal. 5,22) Die lankmoedigheid moet volgens mij dan het geduld zijn, dus dat heb ik even op internet nagezocht:
Het woord ‘lankmoedig’ is ontstaan uit de samenvoeging van ‘lang’ en ‘moed’. In het middelnederlands betekende ‘moed’ ook ‘gemoed, geestesstemming’. Het woord ‘lankmoedig’ betekent dus: ‘lang kunnende verdragen, geduldig, volhardend’.
Gelukkig maak ik het verder goed. Fietsen, autorijden, lezen, iets typen, wandelen, koken, boodschappen doen, praten(!) dat gaat allemaal goed. Maar juist daarom wordt mijn geduld met het oppakken van mijn werk zo beproefd. Bepaalde dingen gaan minder goed: langere tijd iets doen, dat ik (van binnen) te heftig in een gesprek betrokken raak, iets onder tijdsdruk maken, een ontmoeting met meerdere mensen tegelijk, een tijd aandachtig luisteren naar wat een ander aan mij wil vertellen – dingen waaruit ons werk juist bestaat. Inmiddels heb ik met een enkeling al wel weer een pastoraal gesprek gevoerd, de ontwikkelingen in het pastoraal team gevolgd, email bijgelezen, werkpapieren geordend op de werkkamer, met een collega over zijn of haar werk gesproken, nieuwe ideeën bedacht, een powerpoint gemaakt, etc. Maar vermoeidheid blijft me teveel parten spelen om er een schepje bovenop te kunnen doen en écht aan het werk te komen. Inmiddels vind ik het zo lang duren dat ik daar goede begeleiding (revalidatie) bij gezocht heb. Daar verwacht ik veel van. Er is nu net een begin mee gemaakt. 
Nu ik dan eindelijk een stukje schrijf voor de parochianen wil ik graag laten weten dat ik jullie betrokkenheid zeer waardeer. Ik voel dat er om mij heen wél veel geduld is (ook van de collega’s!) en dat doet mij goed. Het blijkt uit kaartjes en mailtjes die uit alle hoeken van ons samenwerkingsverband naar mij toekomen, uit belangstellende vragen die collega’s over mij krijgen, en ook uit de stilte die veel anderen juist betrachten naar mij toe – dat is weldadig en liefdevol. Dank voor het gebed.
Dat alles helpt mij om (toch) het nodige geduld op te brengen. En voor zover ik dat te passief voor mezelf vind klinken: volhardend te zijn – die betekenis heb ik immers net op internet gevonden bij ‘lankmoedig’. 
Het komt goed en we gaan elkaar weer zien. Tot die tijd herlees ik zo af en toe deze woorden van kardinaal Godfried Danneels: 
Geduld is die deugd
die aan de tijd zijn kansen gunt
opdat mensen en dingen kunnen rijpen en ontwikkelen.
Het is geen luiheid, maar ontvankelijkheid voor het geheim
dat de toekomst in zich draagt.

Graag tot dan, tot ietsje later, dan maar.

Bernard van Lamoen 
pastoraal werker